|
www.milieudefensie.nl 10 mei 2009 Na vijf jaar onderhandelen beslist de Round Table on Responsible Soy over criteria voor verantwoorde soja. Volgens Milieudefensie moet er juist iets gedaan worden aan de stijgende vraag naar vlees.
“Een kilo speklapjes voor 3,99. Een kilo braadworst voor 3,99. Een kilo kipfilet voor 3,99.”, Met deze huiselijk aandoende openingszin begint Milieudefensie begin maart een brief aan directievoorzitter Dick Boer van Albert Heijn. De milieuorganisatie schrijft een publiekscampagne te beginnen tegen het gebruik van ‘foute soja’ in veevoer. “U weet dat Nederlandse varkens en kippen goedkoop sojaveevoer krijgen”, stelt campagneleider Wouter van Eck in de brief. “U weet dat voor de sojaplantages uniek oerwoud wordt gekapt in Zuid-Amerika.
(…) U weet dat de lokale bevolking ook gedupeerd wordt. (...) Albert Heijn draagt een grote verantwoordelijkheid voor deze processen. (...) U kunt bepalen dat er geen foute veevoersoja meer wordt gebruikt.” Maar Albert Heijn vindt juist dat ze goed bezig is door deelname aan de Round Table on Responsible Soy (RTRS). In dit overlegorgaan ontwikkelen bedrijven en ngo’s normen voor duurzame soja. Milieudefensie maant Albert Heijn zich daar niet achter te verschuilen. In haar ogen is de RTRS een poging tot greenwashing. Albert Heijn reageert per kerende post. Simone Hertzberger van het supermarktconcern wijst er op dat het nu al afkeuren van de RTRS-normen “wel erg voorbarig (is) omdat er nog geen definitieve normen zijn.” Eind maart nodigt AH Milieudefensie uit voor een gesprek. Een van de kwesties: is de RTRS goed voor meer dan alleen een groen imago?
RoundUp Ready De RTRS, opgericht in 2004, bestaat uit sojaproducenten en -afnemers, ngo’s en bedrijven die samen een standaard voor verantwoorde soja ontwikkelen. Nederland is zwaar vertegenwoordigd. Niet verwonderlijk, omdat de havens van Rotterdam en Amsterdam de belangrijkste Europese invoerhavens van soja zijn en de Nederlandse veesector groot is geworden dankzij goedkope soja. Twee van de vier hoofdsponsors van de RTRS zijn de Nederlandse ministeries van Landbouw en Buitenlandse Zaken. Milieu- en ontwikkelingsorganisaties staan in de kwestie RTRS tegenover an- dere milieu- en ontwikkelingsorganisaties. De heftigste controverses gaan over de vraag of de RTRS in staat zal zijn iets te doen aan ontbossing en de problemen rond gentech-soja. De sojateelt in Argentinië, Brazilië, Paraguay en Bolivia expandeert zo snel, dat ze ten koste gaat van waardevolle bossen en savannes. Het verband is vaak indirect: weidegrond voor vee maakt plaats voor de oprukkende sojateelt. Rundveehouders kappen verderop nieuwe bossen voor weidegrond. Gentech verergert de problemen: de meeste Zuid-Amerikaanse soja is genetisch gemanipuleerd. Het gaat bijna uitsluitend om één gentech-variant, RoundUp- Ready soja van Monsanto. Deze soja is resistent tegen het bestrijdingsmiddel RoundUp, ook van Monsanto: het onkruid gaat dood, de soja groeit fier door. Het gevolg is een schadelijk hoog bestrijdingsmiddelengebruik. De RTRS sluit gentech-soja niet uit. Deze vormt integendeel een van de bestaansgronden van de club, opgericht om de mainstream van sojabedrijven te bereiken. En die produceert nu eenmaal gentech- soja: ongeveer 70 procent van de wereldwijde soja is genetisch gemodificeerd.
Bodem in de markt Jan Maarten Dros is net terug uit Buenos Aires. Hij heeft namens de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Solidaridad zitting in de Development Group van de RTRS. Die heeft de laatste hand gelegd aan de principes en criteria van verantwoorde soja. In mei dit jaar beslist de algemene vergadering van de RTRS daarover. “Over ontbossing is geen consensus bereikt”, zegt hij. “Het komende jaar zullen de principes en criteria in het veld getest worden. Maar of, en onder welke voorwaarden, ‘verantwoorde soja’ zich mag uitbreiden ten koste van natuurgebieden, is nog niet overeengekomen.” Toch vindt Dros deelname aan de RTRS zinnig. Ook ondanks de gentech-insteek. Dros constateert dat heel Argentinië overgestapt is op gentech en de opkomst in Brazilië niet te stuiten is. “Hoe controversieel ook, op die bedrijven moeten de productieomstandigheden verbeteren.” Volgens Dros legt de RTRS “een bodem in de markt” en voldoet RTRS-soja “aan een aantal minimale sociale en milieueisen".
Dit wil volgens hem niet zeggen dat het voor bedrijven gemakkelijk is eraan te voldoen. “De producenten en industrie klagen steen en been over de criteria van de RTRS. Dat wijst erop dat deze redelijk genuanceerd zijn. Ik schat dat twintig procent van het huidige productievolume aan de RTRS-criteria voldoet.” De angst van Solidaridad is dat het grote producenten gemakkelijk lukt aan de standaard te voldoen, maar juist kleine familiebedrijven niet. Dros: “Het is immers veel makkelijker en goedkoper om één bedrijf van duizend hectare te certificeren dan honderd van tien hectare elk.”
Basel-criteria Tegenstanders van de RTRS wijzen op een bestaand alternatief: de zogeheten Basel-criteria, in 2004 opgesteld door het WWF en de Zwiterse Coop-supermarkten. De Basel-criteria sluiten gentech- producenten wel uit. “Die criteria zijn voor ons het absolute minimum”, zegt Michiel van Geelen van Milieudefensie. “Ik begrijp dat sommige partijen ook de discussie willen aangaan met de meerderheid van de spelers op de sojamarkt. Maar daar moet je nooit het etiket verantwoord of duurzaam opplakken. Dat is ordinaire volksverlakkerij. Bovendien voldoet een aanzienlijk deel van de Braziliaanse teelt nu al aan de RTRS-criteria. Als Albert Heijn dat koopt, kunnen ze mooi weer spelen, maar in de praktijk verandert er niets.” De Basel-criteria zijn te duur, meent Jan Maarten Dros. De extra premie die de welwillende bedrijven voor deze soja betalen ligt nu op 50 dollar per ton, op een productieprijs van 300 dollar. Dros: “Koopkrachtige partijen als McDonald’s kunnen zich dat veroorloven. Doorsneebedrijven, zoals varkensboeren, niet.” Dat komt doordat de detailhandel weigert de meerprijs van verantwoord veevoer door te berekenen aan de consument. “Waarom weigeren supermarkten een paar centen op de producten te doen?”, vraagt Dros zich af. Hij geeft zelf het antwoord. “Omdat ze willen stunten met goedkoop vlees en ze hun leveranciers tegen elkaar willen kunnen uitspelen. Terwijl het de supers en consumenten nauwelijks iets kost en de impact enorm is.”
Minder vlees Dat is precies de reden dat Milieudefensie zich op Albert Heijn richt. Van Geelen: “De retail heeft de sleutel in handen. Die kan sturend zijn richting vleesproducenten en consumenten.” Maar alleen het verduurzamen van de sojateelt is geen oplossing, zegt hij. “In de nabije toekomst zal de vraag naar vlees en zuivel, en dus naar soja, hard blijven groeien. Alleen het duurzamer maken van de sojateelt gaat het bos dan echt niet redden. Je moet iets doen aan de vraag: wat minder vlees eten en meer Europese veevoergewassen gebruiken.” Meer informatie en meedoen: http://www.stopfoutveevoer.nl V091005INT25001
|