www.dierenbescherming.nl geplaatst:15 augustus 2010 (auteur: Marjolein de Rooij) Een kip is geen kip (maar een kuiken)... Wist u dat? Een kippenpoot op de barbecue is in de meeste gevallen niet van een kip maar een kuiken. In zes weken wordt een kuikentje zo vetgemest dat het net zo veel vlees heeft als een volwassen kip. En dat op een lichaam van een kuiken. Je zou het kunnen vergelijken met het lichaam van een bodybuilder op dat van een baby van zes maanden . . . De 'loopbaan' van een vleeskip is kort en hevig. Als het dier net uit het ei is gekropen begint de eerste tocht naar de mesterij. Tientallen kratten met honderden kuikens per krat worden op een vrachtwagen gezet. Na een tocht door weer en wind worden de kratten leeggegooid in enorme schuur. Hierin is geen daglicht, geen stro en het kunstlicht brand 23 uur per dag - slapende dieren groeien namelijk niet. Onderscheid tussen haan of kip hoeft niet te worden gemaakt want al lang voordat de dieren geslachtsrijp zijn worden ze gedood. 18 miljoen 'doodgroeiers' De 25.000 kippen en hanen hebben in de eerste periode in de grote schuur voldoende bewegingsruimte. Deze zee van ruimte is echter van korte duur. Door het krachtige, energierijke voedsel groeien de kuikentjes als kool en al na een viertal weken wordt het krap, heel krap. De laatste twee weken hebben de kuikens weinig tot geen bewegingsruimte. Alleen het hoge uitvalspercentage kan aan de overblijvers weer wat ruimte bieden. Want niet ieder kuiken kan de enorme groeisnelheid aan. Vet en spieren groeien sneller dan de vitale organen als hart en longen en het skelet. Een groot aantal kuikens valt daarom letterlijk dood neer, omdat het hart niet goed meer functioneert. Andere kuikens zakken door hun poten omdat de botten het enorme gewicht niet kunnen dragen. Deze zogenaamde doodgroeiers zijn onderdeel van het bedrijfsrisico en worden als uitvalspercentage in de boeken opgenomen. De gemiddelde uitval bedraagt in de vleeskuikensector zo'n 5%. Bij een productie van bijna één miljoen kuikens per dag (!), 342 per jaar, betekent dit dat er 18 miljoen kuikens zomaar dood gaan. Stress, angst, frustratie In de huidige intensieve veehouderij is geen rekening gehouden met het welzijn van het dier. Veel boeren beschouwen welzijn als een ondefinieerbaar begrip en weten onvoldoende hoe hun dieren zich voelen. Zij vinden dat het goed gaat met de dieren als zij voldoende te eten en te drinken krijgen, in een droge, warme stal staan en bezoek van een dierenarts krijgen als ze ziek zijn. Een dier moet lichamelijk gezond zijn. In deze redenatie is helaas vergeten dat een dier ook stress kent, angst, frustratie en ongemak. Wanneer een kuikentje met 25.000 soortgenoten in één grote schuur terechtkomt, is dit zeer stressvol. Een kuikentje dat in de natuur door z'n moeder de eerste dagen begeleid wordt heeft in zo'n schuur niemand om van te leren. De kuikens, die in de natuur in de grond pikken en zo hun eten bij elkaar scharrelen, gaan zich vervelen. Allerlei gedragstoornissen komen daarom op grote schaal voor. Permanent hongergevoel De waanzin van de kippenproductie laat zich vooral zien aan het begin van de productieketen: de eieren. De eierenproductie van een kip is afhankelijk van de lichamelijke conditie van het dier. Een kip moet niet te zwaar zijn omdat dit haar productiecapaciteit aantast. Aan de andere kant moet een vleeskuiken heel snel wél heel zwaar worden. De kip moet haar kuikens erfelijke eigenschappen meegeven zonder dat die bij haar tot uiting komen. Bij houders van vleeskuiken-ouderdieren, waar de kippen en hanen gehouden worden, krijgen de kippen structureel te weinig te eten. Een continu hongergevoel bij de kippen is het gevolg. De hanen daarentegen moeten het vleeskuiken zoveel mogelijk groeicapaciteit meegeven. Dit zijn dan ook ontzettend grote, stevige hanen. Als deze hanen zo'n mager, hongerig kippetje dekt, gaat het dan ook vaak fout. Veel kippen worden tijdens de paring verwond hoewel boeren dit proberen te voorkomen door delen van de poten van de haan weg te knippen. Dit heeft maar beperkt effect, de levensduur van een moederkip is zeer beperkt en de uitval is groot. De Dierenbescherming vindt dat pas op een respectvolle manier met dieren omgegaan wordt, als rekening is gehouden met het natuurlijke gedrag van het dier. Zo is het essentieel voor kippen dat zij buiten kunnen scharrelen, stofbaden kunnen nemen en op een zitstok kunnen slapen. De vleeskuikenhouderij is een schrijnend voorbeeld van de manier waarop de zaken naar de verkeerde kant zijn doorgeslagen. Gelukkig vinden wij dat niet alleen. Steeds meer consumenten zien dat de manier waarop we onze dieren houden een productieproces is geworden. Ook de commissie Wijffels, die in opdracht van minister Brinkhorst onderzoek deed naar verbeteringen in de intensieve veehouderij naar aanleiding van de MKZ-crisis, vindt dat het natuurlijke gedrag van een dier als uitgangspunt voor de veehouderij moet worden genomen. De biologisch vleeskuikenhouderij, die wél rekening houdt met het natuurlijke gedrag, staat in Nederland nog in de kinderschoenen. De hoge groeisnelheid maakt dat een consumptiekip in verhouding zeer goedkoop is. In de biologische vleeskuikenhouderij moet de groeisnelheid omlaag en dat heeft een prijsstijging tot gevolg waarvan de boer betwijfelt of de consument bereid is deze te betalen. De Dierenbescherming is ervan overtuigd dat dat het geval is, zeker als meer mensen weten hoe dat goedkope kippetje tot stand is gekomen. Er is dan wel een stevig prijsverschil, maar het verschil wordt ruimschoots gecompenseerd door de extra kwaliteit van het vlees. Bovendien dat nog veel lekkerder als u weet dat er veel minder dierenleed bij te pas is gekomen. Wilt u nog verder gaan? In tahoe en tofu vind u prima kipvervangers in gangbare kipgerechten.
|