| CO2 rechten: De privatisering van het broeikaseffect |
|
|
| Geschreven door Ravage Digitaal |
|
www.ravagedigitaal.org 2000 (auteur: Freek Kallenberg) Handel in hete lucht De privatisering van het broeikaseffect Drie jaar geleden keerde het bedrijfsleven zich nog met verve tegen het Kyoto-protocol. Inmiddels hebben ze talloze manieren ontdekt om veel geld te verdienen aan de handel in 'hete lucht'. Want zelfs een koeienscheet is veel geld waard. Heeft de milieubeweging zitten slapen? Olivier Hoedeman van de eind 1996 opgerichte onderzoeksgroep Corporate Europa Observatory (CEO) zal er ook bij zijn in Den Haag. Niet zozeer om te lobbyen, alswel om de lobby-methoden van het bedrijfsleven aandachtig te bestuderen. Daarnaast wil hij zoveel mogelijk media-aandacht krijgen voor hun recent verschenen rapport. Hierin doet CEO uit de doeken hoe het bedrijfsleven er in geslaagd is de discussie sinds de top in Kyoto in 1997 radicaal te veranderen. Emissierechten Dat verhandelbare emissierechten een rol kunnen spelen in het terugdringen van het broeikaseffect is pas op het laatste moment in het Kyoto-protocol opgenomen. ,,Het kwam voor velen als een verrassing. Zeker voor de milieubeweging'', zegt Olivier. ,,Met name de Verenigde Staten was en is hiervan groot voorstander. De regering Clinton wilde graag een klimaatverdrag, maar wist dat ze zonder deze verhandelbare emissierechten geen kans zouden maken bij het Amerikaanse bedrijfsleven en dus ook niet in het congres. De weerstand in het congres wordt voor een groot deel gefinancierd door het Amerikaanse bedrijfsleven. Al die senatoren die zich het hardst opstellen tegen het Kyoto-protocol krijgen hun campagnes gefinancierd door de olie-industrie en andere klimaatlobbygroepen.'' Al in 1997, voorafgaande aan de top in Kyoto, publiceerde CEO een rapport over de wijze waarop het bedrijfsleven de onderhandelingen over een klimaatverdrag probeert te frustreren. In de Verenigde Staten proberen lobbyorganisaties als de Global Climate Coalition (GCC) en Business Roundtable (BRT) vooral twijfel te zaaien over het bestaan van het broeikaseffect. Hierbij worden reclamebureaus in de hand genomen die miljoenen dollars kostende campagnes voeren om het bestaan van het broeikaseffect te ontkrachten. Dubieuze wetenschappers worden tegen fikse vergoeding het land in gestuurd om lezingen te houden en met lokale media te praten. Daarnaast ontvangen congresleden die tegen het Kyoto-protocol zijn donaties om hun verkiezingscampagnes te financieren. ,,Niet alleen van Amerikaanse bedrijven overigens'', zegt Olivier. ,,Ook Britisch Petroleum (BP) heeft miljoenen dollars geschonken aan Amerikaanse congresleden die tegen milieumaatregelen zijn. Datzelfde bedrijf adverteert hier in de krant met groene advertenties met bloemetjes enzo. De hypocrisie is enorm.'' Blokkeren Olivier: ,,Deze verschillende strategieën weerspiegelen vooral het verschil in de politieke discussie in de VS en Europa. Het doel is hetzelfde: het vertragen en blokkeren van maatregelen die tot een reductie van de uitstoot van broeikasgassen zouden kunnen leiden.'' Sinds Kyoto heeft het bedrijfsleven de koers gedeeltelijk verlegd. ,,De Europese industrie richt zich nog steeds op het tegenhouden van energieheffingen en voluntary action, maar maakt zich daarnaast nu ook sterk voor de handel in emissies. In de VS is het veel cynischer. De Global Climate Coalition gaat gewoon door met het zaaien van twijfel over het broeikaseffect en blijft zich verzetten tegen rectificatie van het Kyoto-protocol. Daarnaast voeren ze actief campagne voor het volledig omhelzen van de emissiehandel omdat ze daar heel veel geld mee kunnen verdienen.'' Sinks Olivier: ,,De VS, Canada en nog enkele andere landen willen hiermee voorkomen dat ze zelf ook maar iets aan hun productiewijze, autogebruik of consumptiepatroon hoeven te veranderen. De Deense minister van milieu beschuldigde de VS na Kyoto al van klimaatfraude. Amerika gebruikt allerlei trucjes om te voorkomen dat ze zelf haar uitstoot moet verminderen.'' Volgens Olivier heeft dit nu al een absurde omvang aangenomen. ,,Een Canadees energiebedrijf met veel kolencentrales financiert bijvoorbeeld een project in Oeganda waarbij zij veevoer voor koeien levert. Door dit veevoer zouden de koeien minder scheten laten en zo minder bijdragen aan het broeikaseffect. Deze handel in veevoer levert het energiebedrijf emissierechten op. Van de Canadese overheid mogen ze nu tien jaar langer wachten met het schoner maken van hun kolencentrales.'' Vanwege de mogelijkheden die de 'carbon sinks' bieden zal ook de biotechnologiegigant Monsanto in Den Haag prominent aanwezig zijn. ,,Zij wil dat landbouwgrond meetelt als carbon sink omdat zij dan met haar genetisch gemanipuleerde gewassen emissierechten kan verdienen. Monsanto verwacht in 2002 een boom op de markt te brengen die sneller groeit en zo meer CO2 bindt. Hiermee kan Monsanto ontzettend veel geld verdienen. Niet alleen omdat ze zo voor zichzelf emissierechten verwerft, maar ook omdat haar product bij oliemaatschappijen en energiebedrijven gretig aftrek zal vinden. Deze planten bossen van deze bomen om emissierechten te verdienen zodat ze hun productie even smerig kunnen houden.'' Milieukolonialisme Volgens Olivier is dit extra cru omdat het problemen veroorzaakt voor mensen in derde wereldlanden die helemaal niet verantwoordelijk zijn voor de uitstoot van CO2. Zij moeten wel voor de oplossingen zorgen door biotechbossen te accepteren op hun landbouwgrond. Ondertussen hoeft het westen haar manier van produceren en consumeren niet bij te stellen. Ze krijgen zelfs nieuwe mogelijkheden om nieuwe markten aan te boren. Ook via het Clean Development Mechanism (CDM) verdient het westerse bedrijfsleven aan ontwikkelingslanden. Via dit mechanisme kunnen bedrijven emissierechten verwerven door in ontwikkelingslanden te investeren in schonere technologieën. Olivier: ,,Shell werkt op dit moment hard aan een imago als duurzaam bedrijf. Ze steekt wat geld in zonnenergie - zo'n anderhalf procent van haar omzet - en ontwikkelt schonere brandstof zoals Shell Pura. Deze verkoopt ze vervolgens aan ontwikkelingslanden. Ze verdient hierdoor op verschillende manieren. Ze verkopen benzine, maar omdat deze benzine geldt als 'schone' technologie krijgt ze hiervoor ook nog eens emissierechten omdat ze de uitstoot in ontwikkelingslanden, waar meer zware zwavelhoudende olie wordt verbruikt, terugdringt. Hierdoor hoeven ze in Pernis niet te investeren in schonere technologieën, wat een hoop geld bespaart. Bovendien kunnen ze via het CDM subsidie krijgen voor het ontwikkelen van 'schone' technologieën. Subsidie die komt uit het potje van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking.'' Ook speculanten hebben de waarde van vieze lucht ontdekt. Nieuwe bedrijven of nieuwe afdelingen bij bestaande financiële bedrijven gaan zich actief bezig houden met de handel in emmissierechten. Deze zullen op dezelfde manier verhandeld worden als grondstoffen en dergelijke. ,,Je krijgt dus flitskapitaal in broeikasemissies, de zogenaamde hot air trade. Er wordt al gespeculeerd over een markt van tientallen miljarden dollars per jaar'', zegt Olivier. Sovjet-industrieën Olivier: ,,Rusland en de Oekraïne bijvoorbeeld hebben in Kyoto gezegd dat ze hun uitstoot zullen stabiliseren op het niveau van 1990. De ontmanteling van de inefficiënte Sovjet-industrieën heeft inmiddels al tot een vermindering van dertig procent geleid. Andere landen kunnen dit opkopen, zodat ze zelf voorlopig kunnen blijven vervuilen. Het klimaat schiet hier natuurlijk niks mee op.'' De VS verwachten dat de hoeveelheid opkoopbare emissierechten zo groot zal zijn dat zij hun reductie volledig via sinks, hot air trade en CDM's kunnen realiseren. Daarom willen ze honderd procent emissie. Hoewel de Europese Unie zich iets anders opstelt, heeft ook hier de industrielobby volgens Olivier grote successen geboekt. ,,In Kyoto vonden ze nog dat de gehele reductie van uitstoot van broeikasgassen in eigen land gerealiseerd diende te worden. Inmiddels zitten ze op vijftig procent. De Nederlandse regering zegt vijftig procent elders te willen realiseren. Noorwegen, Zweden en Finland zijn ook grote voorstander van verhandelbare emissierechten omdat zij denken met hun bosbouw heel veel geld te kunnen verdienen aan emmissiehandel. Alleen de Deense en Duitse regeringen zijn er nog niet voor bezweken, die willen nog steeds honderd procent in eigen land realiseren.'' Ook als de onderhandelingen in Den Haag mislukken, gaat het hele circus van verhandelbare emissierechten van start. Veel landen hebben zich immers verplicht aan het Kyoto-protocol en zullen dat ook zonder de VS naleven. De EU gaat daarom in 2005 van start met de handel in emissies, maar voor sommige landen duurt dat veel te lang. Olivier: ,,De Nederlandse overheid heeft nu al tien miljoen gulden gestoken in het Prototype Carbon Fund van de Wereldbank, een beurs voor verhandelbare emissierechten. Het grote voordeel voor de Nederlandse overheid, maar ook voor deelnemende bedrijven als Shell, Mitshubitsi en een stuk of tien anderen is dat zij door alvast te beginnen de regels vast gaan opstellen voor de handel in emissierechten. Daarbij zullen zij er het eerst achter komen waar en hoe er het meeste geld mee te verdienen valt.'' Ook hieraan zit volgens Olivier een Noord-Zuid aspect. ,,Op dit moment kunnen westerse landen in ontwikkelingslanden heel goedkoop emissierechten kopen. Als over een jaar of twintig de ontwikkelingslanden zelf emissierechten nodig hebben zijn deze heel duur geworden.'' Politiseren De discussie moet volgens Olivier ook weer gepolitiseerd worden: ,,In Den Haag zal het alleen maar gaan over percentages en waarden van sinks en emissies. Het is een hele technocratische discussie geworden. Verder wordt alles overgelaten aan de markt. Het Kyoto-protocol wordt hierdoor een handelsverdrag in plaats van een milieuverdrag.'' Volgens Olivier heeft de milieubeweging dit deels aan zichzelf te wijten. ,,Men was zeer verrast toen in Kyoto de mogelijkheid van verhandelbare emissierechten in het protocol werd opgenomen. Toch heeft men ervoor gekozen het Kyoto-protocol te verdedigen omdat het in ieder geval verplicht tot het terugdringen van het broeikaseffect. De marktmechanismen zag men als gaten in het verdrag, maar het blijkt veel meer te zijn dan dit. Het betekent een volledige uitholling van het verdrag. Vooral in de VS heeft een aantal milieuorganisaties hier zelf aan bijgedragen. Het Enviromental Defense Fund bijvoorbeeld heeft de Clinton regering getoond dat de handel in emissierechten een gouden uitkomst is voor de Amerikaanse industrie. In Nederland is zoiets niet gebeurd, maar ik heb ook geen enkele milieuorganisatie zich actief tegen deze handel zien keren. Dat is achteraf gezien een grote fout geweest.'' Freek Kallenberg Corporate Europe Observatory, Paulus Potterstraat 20, 1071 DA Amsterdam, tel 020-6127023 email Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. website www.xs4all.nl/~ceo
V092907INT25001
|
Meld fouten en verbroken links |