Home Thema's Globalisering en wereldhandel Europa: Nooit meer boterbergen en melkplassen
Europa: Nooit meer boterbergen en melkplassen Afdrukken E-mailadres
Geschreven door IS   

www.isonline.nl    11 mei 2009    (auteur: Han van de Wiel)

Het Europese landbouwbeleid was jarenlang een steen des aanstoots. Voor boeren vanwege de steeds lagere prijzen van hun producten. Voor ontwikkelingslanden vanwege de hoge tariefmuren en de exportsubsidies die hun wankele markten verstoorden. Nu is het al een tijdje stil. Goed nieuws?
Boeren klagen altijd. Dat hoort gewoon bij het vak. Maar soms doen ze dat tegelijk, en dan is het oppassen geblazen. Zoals in het voorjaar van 1990, toen de graanprijzen kelderden, en duizenden Nederlandse akkerbouwers het land drie weken lang op zijn kop zetten. Nog maar tien jaar geleden kon boerenvoorman Wien van den Brink uitgroeien tot bn’er door met zijn varkenshoudersvakbond NVV keiharde acties te organiseren tegen het kabinetsbeleid.

Daarna werd het stil aan het ‘landbouwfront’. Ook klachten over exportsubsidies en dumping werden niet meer gehoord. Zelfs de discussie over tariefmuren, om de import van landbouwproducten uit ontwikkelingslanden te verhinderen, kwam op een laag pitje te staan. Stilte voor de storm, of werpen de hervormingen van het Europese landbouwbeleid hun vruchten af?

Van prijs- naar inkomenssteun
Kort en goed: dat laatste. Er heeft zich de afgelopen zeventien jaar een omwenteling voorgedaan in het Europese landbouwbeleid, zegt Siemen van Berkum, wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het Landbouw Economisch Instituut. “Met tussentijdse stappen is de prijssteun omgezet in inkomenssteun.” Dat vereist enige toelichting. Sinds begin jaren zestig kreeg heeft Gemeenschappelijk Landbouwbeleid gestalte. Om voedseltekorten te voorkomen en te zorgen voor stabiele inkomens van Europese boeren, werd een stelsel opgetuigd van importheffingen, exportsubsidies en – vooral – product- of prijssteun, in de vorm van gegarandeerde minimumprijzen (ook wel interventieprijzen genoemd). “Dat stelsel werkte aanvankelijk heel goed om schommelingen tussen vraag en aanbod op te vangen”, zegt Toon van Hoof. Van Hoof, in het Brabantse Asten, is melkveehouder met 115 melkkoeien, 80 stuks jongvee en 60 hectare grond. “Maar het systeem ging aan zijn eigen succes ten onder. Er ontstonden boterbergen en melkplassen. We produceerden voor een markt die er niet was.” De Europese uitgaven voor de landbouw werden onbeheersbaar. De zuivelsector kreeg in 1984 een quotum opgelegd: iedere melkveehouder die meer produceerde dan het toegewezen quotum, moest voortaan een forse Superheffing betalen per kilo te veel geproduceerde melk.

In lijn met WTO-eisen
De grote hervorming van de landbouwsector kwam in de jaren negentig, om de Europese landbouw conform de eisen van de Wereldhandelsorganisatie WTO te maken. Voedselzekerheid en stabiele inkomens, eens de pijlers onder het Europese landbouwbeleid, stonden niet langer centraal. Onder het nieuwe landbouwregime moeten Europese boeren gaan produceren voor de vrije markt. Prijssteun, die had geleid tot overproductie en exportsubsidies, wordt vervangen door directe inkomenssteun: iedere boer krijgt een premie die losstaat van zijn of haar productie. De hoogte van de inkomenssteun wordt tot 2013 ieder jaar sterker gekoppeld aan de mate van natuur- en milieuvriendelijkheid van het boerenbedrijf, het dierenwelzijn en het landschapsbeheer. Ná 2013 wordt inkomenssteun alleen nog uitgekeerd aan boeren die aan deze (achttien)  criteria voldoen.

Maar van een totaal geliberaliseerde markt is nog geen sprake, zegt onderzoeker Van Berkum: “De Europese landbouwprijzen wijken af van de wereldmarktprijzen. Het systeem van interventieprijzen bestaat nog steeds, om te voorkomen dat de bodem onder de markt wegzakt.” De interventieprijzen voor granen zijn met uitzondering van .u.v. maïis afgeschaft, voor suiker en rundvlees zijn ze nog extreem hoog, voor zuivelproducten staan ze op een laag niveau. Van Berkum: “Voor rundvlees is er dus ook een tariefmuur, in de vorm van een importheffing van soms wel 100 procent of meer. Met name Argentinië ondervindt daar hinder van. Voor suiker geldt ook een hoge importheffing die zelfs boven de 100 procent ligt. Dat is bijvoorbeeld in het nadeel van Brazilië, een van de meest competitieve suikerproducenten ter wereld.”

Schoolmelkregeling
De effecten van de landbouwhervorming verschillen per sector. De tuinbouw - de kwekers van sierteelt, komkommers, tomaten en paprika’s - is zelfs nooit ‘geordend’ geweest en heeft altijd direct op de wereldmarkt geconcurreerd. De zuivelsector was in 2003 aan de beurt: instrumenten om de markt te ordenen, zoals interventieprijzen voor boter en mager melkpoeder, werden afgeschaft of sterk verlaagd. Dat laatste gold ook voor de schoolmelkregeling: de miljoenensteun die de Europese Unie verleent aan de zuivelsector voor de levering van goedkope schoolmelk. Daarvoor in de plaats krijgen boeren wel inkomenssteun. “Die premies zijn een verdienmogelijkheid”, meent Van Hoof. “Daar hoef je geen gebruik van te maken. Er zijn melkveehouders die heel efficiënt produceren en geen zin hebben in de stress van ‘Brussel’. Zij zien af van de premie. Anderen vinden het leuk om met paddenpoelen en wilgenbosjes bezig te zijn of hebben die premie gewoon nodig om een redelijk inkomen te realiseren.”

Tot eind 2008 ondervond de zuivelsector geen hinder van het nieuwe beleid. In 2007 deed zich zelfs een wereldwijde melkschaarste voor, door de groeiende consumptie in opkomende markten in het Midden-Oosten en China. Tegelijkertijd daalde de productie, simpelweg omdat er wereldwijd steeds minder melkkoeien zijn. Van Hoof: “De melkprijs schoot als een komeet omhoog.” Maar wat omhoog gaat, komt ook naar beneden: eind 2008 brak de kredietcrisis los en halveerde de melkprijs. “Voor deze prijs kan niemand melken.” En zie, de Europese Commissie haalde oude, bijna afgeschafte instrumenten uit de kast om een bodem in de markt te leggen: interventieprijzen en het steunprogramma voor schoolmelk.

Kippenvleugels
Wat merken ontwikkelingslanden van het hervormde Europese landbouwbeleid? De vermaledijde exportsubsidies bestaan bijna niet meer. Door de hoge wereldmarktprijzen voor landbouwproducten waren ze de afgelopen jaren al extreem laag en Brussel wil er per 2013 helemaal mee stoppen. En hoe zit het dan met de goedkope kippenvleugels en tomatenpuree die de West-Afrikaanse markten overspoelen? Van Berkum: “Dat heeft niks te maken met exportsubsidies. De Europese industrie is kennelijk in staat onderdelen van haar producten extreem goedkoop aan te bieden.”

Aan het handje van Brussel
Van Hoof kan wel vrede hebben met het nieuwe beleid, mits de overheid de vinger aan de pols houdt en de marktverstorende klappen opvangt. En mits de hervormingen geleidelijk gaan. “We hebben vijftig jaar aan het handje van Brussel gelopen. Dat heeft geleid tot een bepaalde mentaliteit. Als we de tijd krijgen kunnen we goed met de veranderingen omgaan en heb ik alle vertrouwen in een sterke Nederlandse landbouwsector.”

http://www.isonline.nl/?node_id=64724


IS (Internationale Samenwerking) is een gratis maandelijks magazine van NCDO. Deze organisatie betrekt mensen in Nederland bij internationale samenwerking en ondersteunt hen daarbij met informatie, subsidie en adviezen.

Het gratis abonoment is aan te vragen via www.isonline.nl 


 

P091105INT25001

 

Reageer

Your name:
Titel:
Comment (you may use HTML tags here):
  The word for verification. Lowercase letters only with no spaces.
Word verification:
Banner
Banner

Praktische lijsten

Meld fouten en verbroken links