|
www.insnet.nl 26 mei 2009 (auteur: Frances Prins) Op ons artikel over waterstof van een aantal weken geleden zijn een aantal reacties binnengekomen. Deze liepen uiteen van een “mooi weer verhaal” tot een kritisch geluid over de bijdragen van H2 aan de ozonvorming (en broeikaseffecten) en hoge investeringen in een nieuwe infrastructuur. Doorkijk naar de toekomst Het zal u verbazen, maar ik kon me uw kritische standpunten goed voorstellen. Aan alles zit immers een keerzijde. Echter, bij kritiek hoort ook een doorkijk naar een toekomst die dan wél werkt. En daar zit ‘m nou net de crux. Er zijn een aantal wedervragen te stellen in het belang van volgende generaties: - Hoe slim en innovatief zijn we: we verstoken per jaar op zeer primitieve manier 14 miljard liter brandstof in 7,2 miljoen auto’s die 97,5 miljard kilometer rijden en daarbij 32 miljard kilo CO2 uitstoten. Dat is gemiddeld 7 kilometer op 1 liter. We hanteren een techniek die meer dan 50 jaar oud is en niet veel is verbeterd. - Hoe schoon is de lucht: Onze buitenlucht wordt verontreinigd met een cocktail aan stoffen die daarin niet thuishoren en tot dubieuze ziekten en astma leiden. - Hoe lang denken we onze ongelimiteerde consumptie aan fossiele brandstoffen nog vol te gaan houden en wat doen we als de olie ons of te duur wordt of op raakt? De toekomstige generatie zal voorstander zijn van: 1. voldoende voedsel en water 2. voldoende duurzame energie 3. een schone leefomgeving 4. voldoende mobiliteit Omdat energie van zon en wind oneindig is en omdat we er op de hele wereld meer dan ruim voldoende van hebben, is het meer een kwestie van slim oogsten, vervolgens eerlijk verdelen en vooral combineren met slimme ICT-constructies. Waarom hebben u en ik meer recht op een werkende koelkast of een gezonde boterham, dan een Aziaat, Afrikaan of Latino? Voor het inrichten van nieuwe infrastructuren voor duurzame energie moeten we over onze eigen schaduw heen stappen. Dit vraagt visie, lef en een internationale aanpak. Gezamenlijk moeten er voorzieningen gecreëerd worden die in eerste instantie lokaal beginnen en daarna desgewenst gekoppeld en/of gecombineerd kunnen worden. Hierbij is het verstandig om investeringstermijnen van ongeveer 15 jaar aan te houden, zodat flexibiliteit blijft bestaan. Schoon rijden De volgende alternatieven voor fossiele brandstoffen zijn voorhanden: 1. Elektrisch rijden met behulp van groene stroom is een interessante variant en moet verder doorontwikkeld worden. 2. Biodiesel en plantaardige olien zijn op beperkte schaal aanvullend en lokaal wenselijk, maar kan op gespannen voet komen met de voedselproductie. Het zelfde geldt voor bio- en cellulose ethanol: De productie kost vaak meer aan fossiele brandstof dan aan schone brandstof wordt gewonnen. Bovendien zijn enorme hoeveelheden maïs, suikerriet of suikerbieten nodig om ethanol te maken. 3. Het investeren in aardgas is in feite al weer achterhaald. Realiseer u dat hier achter de schermen al 25 jaar aan gewerkt wordt om dit van de grond te krijgen. En dat in een aardgasland. Het lijkt goedkoper, maar is beslist niet veel schoner dan fossiel. 4. Autogas, oftewel LPG, is de minst vervuilende van de brandstoffen die over een landelijk dekkend distributienetwerk beschikken. LPG is goedkoop omdat slechts 9% accijns wordt geheven tegenover 50% op benzine (en 36% op diesel). Dit is ingesteld omdat de overheid schonere brandstoffen wil stimuleren. 5. Waterstof: De auto’s zijn kostbaar vanwege de kleine schaal waarop brandstofcelen gemaakt worden. In een brandstofcel wordt water omgezet in elektriciteit, waarmee een elektromotor wordt aangedreven. De combi auto is technisch aantrekkelijk. Daarnaast is er een optie waarmee je waterstof in de verbrandingsmotor toepast als dan niet in combinatie met een fossiele brandstof (bi-fuel). Het accijnsverhaal moet in de eerste 20 jaar achterwege blijven om een aantrekkelijk alternatief te worden.??De productie van waterstof kan via (groene) stroom of uit afvalstromen. Hierdoor kan zowel lokaal al internationaal geschakeld worden.?Ook de milieuvriendelijkheid van waterstof staat bij sommigen ter discussie. Waterstof en waterdamp zou een broeikasgas zijn. De diverse wetenschappelijke instanties die wij hebben benaderd zien dit niet als zodanig. Het RIVM benoemt H2 niet als een niet CO2 broeikasgas. ?Het doel van de waterstofproductie is juist om de H2 allemaal op te vangen en niet te laten emitteren.
Een volk dat leeft, werkt aan de toekomst Bovenstaande overziend kan je concluderen dat je het beste op korte termijn kan inzetten op energiebesparing, (collectief vervoer en fietsgebruik), over te gaan op LPG (schoon en goedkoop) en in beperkte mate (100.000 elektrische voertuigen) op groene stroom. De keuze voor aardgas moet gezien worden als een mindshift voor gas en is een korte stap in het transitieproces om van fossiel naar waterstof te komen. Parallel hieraan met prioriteit 1 aan de slag met pilots van diverse vervoermiddelen op waterstof en de hybride (elektrische) varianten (vrachtwagens, bussen, boten en auto’s). Hierbij niet verder investeren in de optimalisatie van sec fossiele varianten. Bijkomstig maar niet onbelangrijk is de groeiende onafhankelijk van fossiel uit instabiele regio’s.??De overheid geeft daarbij het goede voorbeeld als launching customer en door de markt op alle fronten te faciliteren om de overgang naar waterstof snel en effectief te laten zijn. Voor de ongewenste diffusie emissies worden oplossingen/ alternatieven ontwikkelen (accu’s en brandstofcel) en de eventuele bronemissies van H2-broeikasgassen voortvarend aangepakt.??Het Tijdpad: NU is de beste tijd om te investeren. Dit levert direct werkgelegenheid en innovaties van hele bedrijfstakken op. Dit heet groei. Het geheel dient afgestemd te worden in Europees verband, maar Nederland kan alvast beginnen om bijvoorbeeld met Duitsland en Scandinavië de koplopergroep te vormen. Frances Prins Dit rapport geeft de resultaten weer van de emissieontwikkeling en inschatting van de beleidseffecten voor de niet-CO2 broeikasgassen (CH4, N2O en de zgn. F-gassen) over de periode 2001 tot en met 2011.
http://www.duurzaamnieuws.nl/bericht.rxml?id=48884 P092605INT25203
|