|
www.ode.nl 18 september 2011
Marco Visscher (ODE) kocht via de site van het Britse Gossypium (webshop voor biologische fairtradekleding) een shirt en reisde af naar India om meer over de oorsprong te weten te komen. Uit zijn verslag heeft KM enkele wetenswaardigheden gedistilleerd.
Lees hier het oorspronkelijke artikel bij ODE >>>
Fabriek De locatie van de kledingfabriek blijkt de Indiase stad Tripur te zijn, waarvan bekend is dat er veel uitbuiting en vervuiling voorkomt. De fabriek, Hero Fashion, heeft zich gespecialiseerd in de industriële verwerking van biologische katoen. De lonen en arbeidstijden zijn er in vergelijking met veel andere bedrijven in de kledingindustrie redelijk, maar het kan beter: Wie in Tirupur vraagt naar een fabriek met goede werkomstandigheden hoort doorgaans twee namen: Prem Group (die produceert voor het Zwitserse Switcher) en Arora Fashions. Beide beschikken over het SA8000-certificaat, de internationale standaard voor een menselijke werkplek.
Verf De gebruikte verf blijkt niet bijzonder opvallend milieuvriendelijk te zijn. De ververij, even buiten Tirupur, gebruikt wel zuurvrije verf, zónder de waslijst aan chemische ingrediënten die in Europa op de zwarte lijst staan, maar heel soms toch nog verborgen zitten in kleding. En wat de fabriek al een van de uitzonderingen maakt in Tirupur: het dumpt zijn afval niet in de rivier, maar het afvalwater wordt gezuiverd en opnieuw gebruikt. Toch kan nog beter: de coöperatieve ververij Kaytee (ook in Tirupur) verwerkt alleen met de hand geplukt en met zuurstof gebleekt biologische katoen. De verven waarmee garensoorten worden geproduceerd, bevatten geen zware metalen. Ook verven met bestanddelen die allergieën kunnen veroorzaken of de verdenking op zich hebben kanker te veroorzaken, worden geweerd.
Katoen De biologische katoenvezel die Gossypium gebruikt voor haar kleding komt uit de deelstaat Gujarat, in het westen van India. Marco Visscher spreekt er Harjibhai Patel, een van de 15 duizend biologische katoenboeren in deze deelstaat. Patel schakelde over op biologische teelt toen hij een verband ontdekte tussen zijn gezondheidsklachten en zijn bestrijdingsmiddelen. Patel: ‘Boven mijn biologische veld zie je nu weer vogels en er zijn bijen en insecten. Vroeger, als ik had gespoten, wilde zelfs een hond niet meer over mijn veld lopen.’ Gossypium betaalt haar katoenboeren een bonus van acht procent voor een ‘eerlijke handelsprijs’.
Kledingmerken en biologische katoen Op wereldschaal neemt de biologische teelt maar een zeer bescheiden aandeel in van de totale katoenproductie: zo’n 0,04 procent, is eens berekend. Grote kledingmerken willen er niet aan, lijkt het wel, omdat er vanuit de consumenten geen vraag naar zou zijn. Toch is er één groot kledingbedrijf dat spot met deze opvatting: Patagonia, gespecialiseerd in functionele en modieuze buitensport- en vrijetijdskleding. Dan zijn er grote bedrijven die biologische katoen mengen met conventionele. Nike, dat wordt gezien als één van de pioniers, gebruikt naar eigen zeggen drie procent biologische katoen in zijn sportsokken en shirts. Een klein aandeel, maar gezien de hoeveelheid sportsokken die Nike afzet, is het een enorme impuls. Volgens kenners blijft het oppassen met het noemen van merknamen. Veel bedrijven willen goede sier maken met hun omarming van biologische katoen, schreeuwen het van de daken, maar daarna wordt het muisstil. Zo heeft spijkerbroekengigant Levi-Strauss zichzelf op de borst geklopt nadat het ruim 300 ton biologische katoen voor zijn 501-jeans had aangeschaft, maar dat was alweer een paar jaar geleden. Tegelijk beweren anderen juist dat bedrijven zich op de vlakte houden, omdat ieder bericht over biologische katoen – terecht – impliceert dat de gangbare grondstoffen milieuvervuilend zijn, en dat wordt liever niet aan de grote klok gehangen. Marks & Spencer introduceerde in 2000 een biologische kledinglijn – vooral ondergoed – maar haalde deze al snel uit de winkels. De artikelen verkochten niet goed, volgens het Britse kleding- en voedselketen omdat ‘onze klanten geen extra geld overhadden voor de toegevoegde waarde’. Inmiddels doet Marks & Spencer een nieuwe poging. Het heeft een overeenkomst afgesloten met Agrocel. Van de verkoopprijs gaat één procent rechtstreeks naar het Pure & Fair Cotton Project, waarmee Agrocel Indiase katoenboeren wil overtuigen van het belang van biologische teelt voor een eerlijke prijs. Laatste grote merknaam is die van Armani Jeans: jassen en truien van hennep, gerecyclede jeans en een klein aanbod van shirts van biologische katoen.
Prijskaartje Kleding van biologische katoen is vaak duurder dan conventionele kleding. Niet zo vreemd; de meeste kleding heeft geen eerlijk prijskaartje. Wie zijn werknemers onderbetaalt en uitbuit en geen juiste maatregelen neemt om milieuverontreiniging tegen te gaan, kan een lage prijs vragen. Iedereen die deze overwegingen wél meeneemt tijdens de productie zit in een hogere – want eerlijker – prijsklasse. Ook is er de compensatie voor het opbrengstverlies van de katoenboer, omdat een biologische teelt iets minder oplevert. En er zijn nog de kosten van certificering: een onafhankelijk instituut, zoals Skal in Europa, moet iedere stap van de productie controleren.
Opmerkelijk is dat een verdubbeling van het salaris van Mexicaanse confectiearbeiders slechts een stijging van 1,6 procent zou betekenen van de winkelprijs van een kledingstuk in de winkel. Dat was de uitkomst van een onderzoek van de Fair Labor Association in New York. Dat doet vermoeden dat bij menig eerlijk product ergens iets aan iemands strijkstok blijft hangen. De kosten van certificering kunnen toch niet zo hoog zijn? (red.)
|