|
www.kledingchecker.nl 18 september 2008 Warme Wol Wol is weer helemaal in. Het isoleert net zo goed als ‘fleece’ (het Engelse woord voor vacht), en het is chique en natuurlijk. Het wordt gebruikt voor truien, sokken, handschoenen (gebreid) en voor jassen, broeken en pakken (geweven tot tweed), en verder voor dekens, vulling, bekleding, tapijten en dekbedden. Vacht De schaapsvacht is door fokken ontstaan; van oorsprong hadden schapen niet zoveel haar. De meeste wol komt tegenwoordig uit Australië, China en India. Wol van Nederlandse schapen is te ruw voor kleding. Australische wol komt van Merino-schapen; het is fijn en zacht. De wol van deze schapen draagt meestal het Zuiver Scheerwol-merk, ten teken dat het niet kriebelt, kleurecht is en krimpvrij. Schaap In Australië worden de schapen soms wel met tienduizenden tegelijk gehouden, en dan is er niet al teveel zorg per schaap. Bij het scheren ontstaan wonden, ze vatten kou, of de larven van vliegjes nestelen zich in hun huidplooien en vreten zich in hun vlees. De huidplooien van Merino-schapen worden daarom afgesneden, wat snel leidt tot ontstekingen. Als ze een jaar of drie oud zijn worden ze naar Afrika of het Midden-Oosten getransporteerd, om daar te worden geslacht. Vele overleven deze reis niet. Milieu Er worden veel bestrijdingsmiddelen gebruikt bij de wolproductie. Tijdens het leven van het schaap, om het te beschermen tegen mijt en teken, en tijdens het transport van de wol, ter voorkoming van schimmel, motten en parasieten. Resten van deze stoffen kunnen in de wol achterblijven en dat is niet gezond. Bij het uitwassen kunnen die stoffen in het water terecht komen. Er zijn strengere regels in de EU op komst, waardoor de sector nu zoekt naar alternatieven. Windjes Ook van huis uit zijn schapen niet zo schoon, met zo vele tenminste. Ze produceren erg veel methaan, en dat versterkt het broeikaseffect (klimaatverandering). Hun mest is erg rijk aan nitraat en leidt tot verzuring. Ook eten ze het terrein helemaal kaal, waardoor andere soorten geen kans krijgen. In Australië krijgt de verwoestijning daardoor wél een kans. En de wol en de schapen die de hele wereld over gesleept worden, leiden tot veel vervuilend transport.
MEER OVER WOL Sociaal Daar de meeste wol voor Nederlandse kleding uit Australië komt (85%), speelt hierbij geen groot probleem bij de productie van de wol; de arbeidsomstandheden van de schaapscheerders zijn ok. Wel geldt voor wol net als voor de andere stoffen dat de arbeidsomstandigheden bij de productie van stof en kleding in veel landen vaak slecht is. Soorten wol Naast schaapswol wordt in kleding wol verwerkt van o.a. angorakonijnen (angorawol), angorageiten (mohair), kasjmiergeiten en kameelachtigen (lama’s, alpaca’s en vicuna’s). Deze wol komt vooral uit landen als Japan, Korea, Argentinië en India (angorakonijn), Turkije (angorageit), China, Turkije en Afghanistan (kasjmiergeiten), en Zuid Amerika (kameelachtigen). Hiervan lijken alleen de angorakonijnen minder prettige levens te hebben (kleine hokjes, korte levensduur). Keurmerken Er bestaan nog geen keurmerken voor wol. Schapen van biologische of bio-dynamische bedrijven hebben een veel prettiger leven. Ze worden niet gecastreerd en hun staarten worden er niet afgesneden. Wel hebben ze oormerken, omdat dit wettelijk verplicht is. Er worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt, ook niet bij het vervoer, en hun mest wordt gebruikt voor op het land. Maar de wol van deze schapen is dus nog niet herkenbaar aan een label. Bewerking Schapen worden elk voorjaar geschoren. Daarna wordt de wol gewassen, en gekaard. Het karen gebeurt met een soort kam en dient om de vezels te ontwarren. Dan volgt het spinnen: door het ronddraaien worden de vezels verbonden tot één draad. Als het sterke wol is kan een dunnere draad gesponnen worden, soms wel 200 km uit één kilo wol. Daarna worden twee of drie draden in elkaar gedraaid (twijnen). Om te zorgen dat de garens niet losdraaien worden ze daarna gezet (chemisch of met stoom). Nu kan de wol verder worden verwerkt. Het is dan meestal al geverfd. V080101KNP25002
|