|
www.oneworld.nl
18 november 2010
Volgens voorstanders van vrije handel helpt Fairtrade maar een beetje bij de lotsverbetering van arme boeren en is geen oplossing voor de lange termijn. Voor een beter leven van telers in ontwikkelingslanden blijft vrije handel het recept, stelt een Brits rapport over de effecten van fairtrade. Bedrijven als Starbucks, Kraft of Nestlé doen alleen al door de omvang van hun handel meer voor koffieboeren in ontwikkelingslanden dan de Fairtrade Foundation, stelt een rapport van het Britse Institute of Economic Affairs (IEA). Het 130 pagina's dikke rapport, getiteld Fair Trade Without the Froth (froth: zeepbel, oppervlakkigheid - red.) van de denktank voor een vrije markt en maatschappij beschrijft fairtrade als een kostbare, ondoorzichtige onderneming. De resultaten zijn moeilijk te bewijzen en de criteria weerspiegelen vooral het standpunt van westerse consumenten en niet de behoeften van arme boeren, stellen de onderzoekers.
Kinderarbeid Het rapport bekritiseert de weigering van Fairtrade Foundation om bijvoorbeeld kinderarbeid te accepteren. IEA-directeur professor Philip Booth licht dat desgevraagd per e-mail toe: "Het is niet aan het Westen om daarover te oordelen. Zo blijkt bijvoorbeeld dat gezinnen zelf de meest aangewezen personen zijn om te beoordelen of hun kinderen moeten werken. Kinderarbeid neemt drastisch af zodra armoede vermindert en kinderen zijn alleen betrokken bij het werken op het familiebedrijf als dat echt nodig is om het gezin te ondersteunen."
Handelsbarrières In lijn met de vrije handelsmarkt die het IEA voorstaat, stelt het rapport dat vrije, ongesubsidieerde internationale handel de belangen van de armste regio's het beste dient. Booth: "Voorwaarde daarvoor is wel dat radicale hervormingen als goed bestuur, uitdrijven van corruptie en het wegnemen van handelsbarrières worden doorgevoerd." Nog een punt van kritiek is dat fairtrade zich niet richt op de armste landen, maar op landen met een iets hoger inkomen per hoofd van de bevolking, zoals Mexico, Colombia, Peru en Zuid-Afrika.
Reactie De Britse Fairtrade Foundation stelt in een persbericht dat het IEA ernaast zit met de suggestie dat fairtrade zich niet richt op de armste landen. In feite, stelt de verklaring, bevindt van de 870.000 kleine boeren in het fairtradesysteem zich alleen al 47 procent in Oost-Afrika. Ook werkt de stichting onder meer met rozijnentelers in Afghanistan en cacaoboeren in Ivoorkust. Verder verdienen bijvoorbeeld in Mali fairtade katoentelers 50 procent meer dan gewone boeren. Zo'n 95 procent van de kinderen van boeren die zijn aangesloten bij fairtradecoöperaties gaan naar school, omdat die gemeenschappen meer geld binnenkrijgen. Dit is meer dan het dubbele van het nationale gemiddelde in Mali, het vierde armste land ter wereld. In een reactie stelt Jochem Veerman, campagnemanager van zusterorganisatie Max Havelaar: "Ik wil graag benadrukken dat ook een bedrijf als Starbucks werkt met het fairtrade keurmerk, ook op de Nederlandse markt."
|